De vliegende buidelmuis is een van de kleinste en meest bijzondere zoogdieren van AustraliΓ«. Dit nachtelijke diertje zweeft door de boomtoppen en past zich op ingenieuze manieren aan aan het leven hoog boven de bosbodem.
1. Een van de kleinste buideldieren ter wereld
De vliegende buidelmuis (Acrobates pygmaeus) wordt slechts 6 tot 8 centimeter lang, de staart niet meegerekend, en weegt minder dan 15 gram. Daarmee is het een van de kleinste buideldieren op aarde. Ter vergelijking: een muizenmunt weegt ongeveer 5 gram. Ondanks dat gewicht heeft het dier alle kenmerken van een volledig uitgerust zweef- en klimdier.
2. Zweeft tot 25 meter
Langs zijn flanken heeft de vliegende buidelmuis een dunne huidplooi die zich uitspant tussen voor- en achterpoten. Als hij springt, spreidt hij zijn poten en zweeft hij als een vliegende schotel door de lucht, tot wel 25 meter ver. Die zweefmembraan heet het patagium en is bij dit dier bijzonder dun en licht, wat nodig is gezien zijn minimale gewicht.
3. Staart ziet eruit als een veer
De staart van de vliegende buidelmuis is bedekt met stijve haartjes die naar twee kanten uitsteken, waardoor hij eruitziet als een kleine veer. Tijdens het zweven fungeert die staart als roer: hij stelt het dier in staat om de richting bij te sturen en bij de landing zijn snelheid te controleren. Het is een uniek kenmerk dat bij geen enkel ander zweefzoogdier voorkomt.
4. Nachtactief en dol op nectar
Overdag slaapt de vliegende buidelmuis in boomholtes, ’s nachts wordt hij actief. Hij voedt zich voornamelijk met nectar en pollen van bloeiende eucalyptussen en andere bomen, aangevuld met kleine insecten voor eiwitten. Bij het drinken van nectar speelt hij een rol als bestuiver, vergelijkbaar met een kolibrie of een bij.
5. Razendsnel tussen de bomen
De vliegende buidelmuis combineert zweven met klimmen en springen. Hij legt in korte tijd grote afstanden af in de boomtoppen zonder de grond te raken. Dat houdt hem buiten bereik van grondpredatoren en maakt hem moeilijk te volgen voor roofdieren als uilen en slangen, die zijn bewegingspatroon niet goed kunnen voorspellen.
6. Gaat in torpor bij kou en voedselgebrek
De vliegende buidelmuis kan zijn lichaamstemperatuur sterk verlagen en in een toestand van torpor gaan, een tijdelijke, reversibele slaaptoestand die lijkt op een korte winterslaap. Zijn hartslag en stofwisseling zakken daarbij drastisch. Dat mechanisme spaart energie tijdens koude nachten of periodes waarin nectar schaars is, wat in AustraliΓ« seizoensgebonden sterk kan wisselen.
7. Slaapt in groepen voor warmte
Hoewel vliegende buidelmuizen solitair foerageren, kruipen ze overdag graag samen in boomholtes. Groepen van tien of meer dieren worden regelmatig aangetroffen, opgestapeld als een warmtebatterij. Dat groepslapen verlaagt het energieverbruik van elk individu aanzienlijk, wat in combinatie met torpor maakt dat ze periodes van voedselschaarste goed kunnen doorstaan.
8. Bijzondere klauwen voor grip op glad hout
De pootjes van de vliegende buidelmuis zijn uitgerust met scherpe klauwen en kleine kussentjes die grip geven op gladde boomschors. Zelfs op bijna verticale oppervlakken beweegt hij zich moeiteloos. Die grip is essentieel bij de landing na een zweefvlucht: hij moet in één beweging vertragen en vasthaken aan een tak zonder te vallen.
9. Vrijwel onzichtbaar tussen de takken
Zijn zachte grijsbruine vacht past naadloos bij de kleur van boomschors en dode bladeren. Gecombineerd met zijn kleine formaat en zijn gewoonte om overdag roerloos in holtes te zitten, maakt dat hem vrijwel onvindbaar voor predatoren. Zelfs voor onderzoekers is de vliegende buidelmuis lastig te bestuderen: in het donker, hoog in de boomtoppen, beweegt hij te snel om goed te volgen.