De koolmees is een van de meest voorkomende en bekendste tuinvogels van Nederland. Zijn gele borst, zwarte stropdas en luidruchtige zang maken hem een vertrouwde verschijning in tuin, park en bos. Tijd dus om een aantal leuke weetjes over de koolmees op een rij te zetten.
1. Grootste mezensoort van Nederland
De koolmees is de grootste van de negen mezensoorten die in Nederland voorkomen. Volwassen koolmezen zijn 13,5 tot 15 centimeter groot, hebben een spanwijdte van 22,5 tot 25,5 centimeter en wegen gemiddeld 17 gram. Die wetenschappelijke soortnaam verraadt het al: Parus major, waarbij major “groot” betekent. Ondanks zijn kleine formaat is hij daarmee de kolos van de mezenfamilie.
2. De stropdas zegt iets over de status

De zwarte stropdas maakt de koolmees compleet. Mannetjeskoolmezen gebruiken hun zwarte band om concurrenten te imponeren bij gevechten. Hoe breder en glanzender de band, hoe dominanter het mannetje. Vrouwelijke koolmezen verkiezen mannen op hun kleur en breedte van de stropdas, met een voorkeur voor fellere gele kleuren op de borst. Vrouwtjes hebben een smallere stropdas en zijn doorgaans minder fel gekleurd.
3. Zingt al vanaf december
De koolmees zingt de gehele winter, al vanaf ongeveer 21 december tot en met eind mei. Daarmee is hij een van de vroegste zangers van het jaar. Zijn roep klinkt als een fietspomp of als de sirene van een politieauto: een herhalend twee-toonig “tee-tuu”. Mannetjes zingen op meerdere plaatsen steeds andere liedjes, wat concurrenten doet denken dat het gebied al vol zit en hen zo op afstand houdt.
4. Standvogel die het hele jaar blijft
De koolmees is een standvogel die alleen wegtrekt in zeer strenge winters. Hij overleeft de Nederlandse winter prima op zijn eigen grondgebied. In strenge winters overwinteren koolmezen uit ScandinaviΓ« en Oost-Europa in grote aantallen in Nederland. Die trekvogels versterken dan tijdelijk de lokale populatie, om in het voorjaar weer terug te keren naar het noorden.
5. Veel eitjes per legsel

De koolmees broedt vanaf eind april en heeft één of twee legsels per jaar met elk 8 tot 13 eieren. Dat is uitzonderlijk veel voor een kleine zangvogel. De reden is dat de meeste jongen het eerste jaar niet overleven: door dat hoge aantal te produceren vergroot de koolmees de kans dat er genoeg nakomelingen overblijven om de populatie in stand te houden.
Na ongeveer 18 tot 21 dagen verlaten de jonge koolmezen het nest.
6. Koolmeesjes leerde melkflessen open te pikken
Koolmezen zijn slimme vogels die gedrag van soortgenoten kunnen overnemen. Een bekend voorbeeld is hoe ze in de jaren twintig van de vorige eeuw leerden melkflesdoppen open te pikken om bij de room te komen. Die vaardigheid verspreidde zich in korte tijd over heel Engeland, van dorp naar dorp, doordat koolmezen het gedrag van elkaar overnamen. Het is een van de vroegst gedocumenteerde voorbeelden van culturele overdracht bij dieren.
7. Past zijn maag aan per seizoen

In de zomer eten koolmezen vooral rupsen en insecten. In de winter schakelen ze over op zaden, noten en vet. Die overstap vraagt een letterlijke aanpassing: zomers eten koolmezen insecten en is hun maag minder gespierd, wat ruimte geeft voor andere vitale organen. In de winter groeit de maagspier juist aan om harde zaden te kunnen kraken. Het is een fysiologische aanpassing die bij weinig andere vogels zo uitgesproken is.
8. Ziet meer kleuren dan mensen
Koolmezen kunnen meer kleuren onderscheiden dan mensen. Ze zien ook in het ultraviolette spectrum, wat voor mensen onzichtbaar is. Dat heeft directe gevolgen voor de partnerkeuze: de gele borstveren van de koolmees reflecteren UV-licht, en een koolmees beoordeelt de kwaliteit van een potentiΓ«le partner deels op basis van die UV-reflectie, een dimensie die voor het menselijk oog volledig verborgen is.
9. Gaat vaker vreemd in de stad dan in het bos
In de stad bevatte 49 procent van de koolmeesnesten buitenechtelijke jongen, terwijl dit in het bos voor 24 procent gold. In de stad was 10 procent van alle jongen buitenechtelijk, in het bos slechts 4 procent.
De hogere dichtheid van koolmezen in de stad en de langere actieve dag door lichtvervuiling worden als verklaring gezien: meer soortgenoten in de buurt betekent meer kansen en meer verleiding.
10. Wordt tot 15 jaar oud
De gemiddelde levensduur van een koolmees bedraagt ongeveer 10 jaar. De oudste geringde en geregistreerde koolmees werd 15 jaar oud, maar de schatting is dat ook een leeftijd van 22 jaar gehaald kan worden. In de praktijk overleeft de meerderheid het eerste jaar niet door predatie, kou en voedselgebrek. Wie dat kritieke eerste jaar doorkomt, heeft echter een goede kans op een lang leven.
In Nederland zijn er naar schatting 500.000 tot 600.000 broedparen koolmezen, en dat aantal stijgt nog steeds.